Introductie

Recent onderzoek naar Joseph Cuypers concentreert zich vooral op de kathedraal van Haarlem, de Nieuwe Bavo. Publicaties daarover zijn van de hand van de kunsthistorici Antoon Erftemeijer, Arjen Looyenga en Marike van Roon uit 1997 en van Bernadette van Hellenberg Hubar uit 2016. In de eerste uitgave, Getooid als een bruid, is veel aandacht voor de architect Joseph Cuypers en voor het grote aantal kunstenaars dat heeft bijgedragen aan het interieur. Met name Looyenga komt toe aan een duidelijk geformuleerde waardering van de architectuur. Van Hellenberg Hubar heeft met De Nieuwe Bavo te Haarlem terecht niet een nieuw overzichtswerk willen maken, maar onderzocht op vernieuwende wijze op welke denkbeelden architectuur en inrichting zijn gebaseerd. Zij komt op zeer verrassende vondsten, die ook meer inzicht geven in de werkwijze van Joseph Cuypers en zijn belangrijkste opdrachtgever bisschop A.J. Callier.

Een aparte positie neemt De Genade van de Steiger (2013) van Bernadette van Hellenberg Hubar in, met de resultaten van een onderzoek naar de kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Hierin is goed weergegeven hoe groot de invloed van Joseph Cuypers op de ontwikkeling van de kerkelijke schilderkunst is geweest.

De gepubliceerde resultaten van de onderzoeken van Wies van Leeuwen over twee vennoten van Joseph Cuypers, zijn vader en Jan Stuyt, dragen ook bij aan de kennis aan de kennis  over de architect, omdat het deels over hun gezamenlijke werken gaat. Over zijn derde vennoot, zijn zoon Pierre, zijn geen boeken bekend. Zijn De maakbaarheid van het verleden, uit 1995, over de restauraties van vader Cuypers, en Pierre Cuypers architect 1827-1921, een biografie uit 2007 zijn daar de belangrijkste voorbeelden van. Het eerste boek geeft goed weer welk aandeel Joseph Cuypers heeft gehad bij restauraties in het begin van zijn loopbaan en Van Leeuwen besteedt ook aandacht aan de spanning tussen vader en zoon bij discussies over de Grondbeginselen voor restauraties. In de biografie is goed weergeven hoe het leven van de familie Cuypers is verlopen met veel aandacht voor Joseph. Minder helder beschreven is zijn rol bij kerken die officieel op naam van zijn vader staan, maar waarvan uit contemporaine publicaties blijkt dat Joseph daar een (groot) aandeel in heeft gehad. In een populaire uitgave van de biografie, Pierre Cuypers, uit 2015, wordt het ontbreken van de rol van Joseph bij die kerken goed gecompenseerd.

Van dezelfde auteur zijn de architectuur-hoofdstukken in een boek voor een brede doelgroep over Jan Stuyt, met de titel Jan Stuyt, architect en netwerker tijdens het rijke roomse leven, uit 2017. Door de populaire vorm zijn geen verwijzingen opgenomen, waardoor de uitspraken over de werkverhouding tussen de beide vennoten niet kunnen worden geverifieerd. Over dezelfde architect verscheen eerder, in 2011, het boek Jan Stuyt, een begenadigd en dienend architect, onder redactie van Jeroen Goudeau, Jeroen en Agnes van der Linden.

Bovenstaande boeken zijn een rijke bron voor onderzoek naar Joseph Cuypers en hebben richting gegeven aan de onderzoeksvraag. In eerste instantie was de gedachte dat de vraagstelling de waardering voor het complete oeuvre van de bouwmeester zou moeten omvatten. Naarmate duidelijker hoeveel hij had geproduceerd, naast kerken onder meer woonwijken, villa’s, zorginstellingen en scholen, uitbreidingsplannen en welstands- en monumentenadviezen, werd duidelijke dat inperking nodig was. Gekozen is toen voor de kerken en kapellen omdat de architect daar ook het meeste over heeft gepubliceerd, Daarbij komt dat er sprake is geweest van een omvangrijke productie door het hele land. De architect heeft aan 168 kerken gewerkt, maar bij een deel daarvan gaat het om de restauratie, decoratie of een aanbouw. In totaal zijn 79 kerken door hem, al dan niet samen met een vennoot, ontworpen, waarvan 75 daadwerkelijk gerealiseerd.

In de uiteindelijke publicatie zijn acht hoofdstukken voorzien. Na een inleiding en een korte beschrijving van zijn werkzame leven wordt in het derde hoofdstuk de veelzijdigheid van Joseph Cuypers geschetst aan de hand van onderzoeken naar zijn functioneren in Roermond, Heemstede en Geleen. In deze drie plaatsen verrichtte hij veel werk de gemeente voor uitbreidingsplannen, burgerlijke gebouwen en advieswerk en realiseerde ook opdrachten van de katholieke kerk. Zo ontstond een beeld van de waardering in een gemeente voor zijn functioneren. Het vierde hoofdstuk richt zich op de waardering voor zijn kerken, zoals is vastgelegd in kranten, tijdschriften, boeken en monumentenbeschrijvingen. De onderzoeken voor de hoofdstukken vijf en zes concentreren zich op het architectenbureau Cuypers door vast te stellen wat de waardering van de opdrachtgevers was voor zijn kerkelijke ontwerpprocessen en voor de organisatie van dit bureau. De laatste twee hoofdstukken moeten antwoord geven op de vragen wat de waardering was voor de denkbeelden van Joseph Cuypers en in hoeverre de waardering zijn werken door hem werd beïnvloed, kort gezegd: deed hij aan self fashioning?

Daarmee is de volgende inhoud bepaald:

  1. Inleiding
  2. Werkzame leven in het kort
  3. Een veelzijdig architect: lokale waardering in Roermond, Heemstede en Geleen
  4. Waardering voor kerken en kapellen in kranten, tijdschriften, boeken en monumentenbeschrijvingen
  5. Waardering voor het ontwerpproces in twintig case studies
  6. Waardering voor de organisatie van het architectenbureau
  7. Waardering voor de denkbeelden van Joseph Cuypers in voordrachten, publicaties en onderwijs
  8. Joseph Cuypers en zijn streven naar waardering: self fashioning